Zijn buil water buitensmijten
Het spel in handen hebben
Zijn blinde laten lopen
De kleine een handje geven
Hem een keer gaan spreken
Zijn schoteldoek uitwringen
Strisselen
Stroelen
Wateriseren
Wiesteren
Zeken
Zijken
Zijn kleine commissie doen
Pipi doen
Gods water over Gods akker laten lopen
Ik ga eens met de kleine naar de koer
Ik zal eens de geit gaan verzetten
Ik ga eens met Pietje praten
Ik zal eens de bloemen water gaan geven
Zij is haar pruim gaan uitwringen
Zij is haar mosseltjes gaan afgieten
Ik zal een gaan staan waar burger en boer aan zijn eind komt
Ik ga eens mijn dweil uitwringen
Ik ga eens mijn broer bij zijn nek pakken
Ik zal eens die boom in brand steken
Ik zal eens gaan kijken of ik nog een jongen ben
Ik zal eens de kameraad van mijn vrouw een hand gaan geven
De vissen ander water geven
Een piske gaan doen
De hond uitlaten
De kraan openzetten
Zijn water maken
De uil uithangen
De zot bloot hebben
Zijn pataters afgieten
De flauwe uithangen
Een piske gaan doen
Blazen
Cijferen
Fiesteren
Flossen
Flossewieteren
Fluisteren
Pierelen
Piesperen
Pissen
Saarlen
Schuifelen
Strisselen
Stroelen
Wateriseren
Wiesteren
Zeken
Zijken
Zijn kleine commissie doen
Pipi doen
Een preute pissen
Een keer gaan staan
Zijn sluis openzetten
|
|
|
|
|